Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005
Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4557.
4.17. In het cassatieverzoekschrift (onder 3.1) wordt nogal nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de precedentwerking van de bestreden beslissing. De hieruit sprekende bezorgdheid lijkt mij prematuur. In de rechtspraak van de Hoge Raad over niet uitgevoerde periodieke verrekenbedingen zie ik als een rode draad: dat de tot verrekening gerechtigde echtgenoot zoveel mogelijk wordt hersteld in de positie waarin hij/zij zou hebben verkeerd indien de verrekening naar behoren jaarlijks zou hebben plaatsgevonden en deze echtgenoot telkens het resultaat van de verrekening zou hebben kunnen beleggen op eenzelfde wijze als die waarop de desbetreffende bedragen (als gevolg van het uitblijven van de afgesproken periodieke verrekening) in feite zijn belegd en/of herbelegd. In de praktijk doet zich dikwijls de situatie voor, dat scheidende echtgenoten gedurende hun huwelijk niet een zodanige administratie hebben bijgehouden dat een reconstructie nog zinvol kan worden gemaakt. Zowel in de rechtspraak van de Hoge Raad als in de nieuwe wet is daarmee rekening gehouden: voor zulke gevallen dient de in alinea 3.9 genoemde bewijsregel. In de huidige casus was de man reeds eigenaar van de aandelen voordat hij met de vrouw in het huwelijk trad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c473d8bd7c13be5724655f6e67131e89e6d34bf871448433815e89bcc25b4b61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c473d8bd7c13be5724655f6e67131e89e6d34bf871448433815e89bcc25b4b61, en de alinea staat in dat document op bytes 46608 tot 47861.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c473d8bd7c13be5724655f6e67131e89e6d34bf871448433815e89bcc25b4b61 | shasum -a 256