Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005
Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT4557.
4.18. Het hof is niet verder gekomen dan de beantwoording van de vraag wat in de huwelijkse voorwaarden is overeengekomen. Later kan worden onderzocht of er aanleiding is tot toepassing van art. 1:141 lid 4 BW. In dit verband verdient aandacht dat rov. 4.6 niet geheel correct is geformuleerd. Het hof heeft m.i. willen zeggen dat wanneer de winst van de vennootschap sec niet verrekend behoeft te worden tussen de echtgenoten, er ook geen reden meer is om op de voet van art. 1:141 lid 4 BW na te gaan of die winst reëel is. Ingevolge rov. 4.5 moeten de dividenduitkeringen tijdens het huwelijk wél tussen partijen worden verrekend. Ten aanzien van de hoogte van de dividenduitkeringen kan bij de verdere afdoening alsnog worden onderzocht of er grond is voor toepassing van art. 1:141 lid 4 BW. Dit kan nog worden hersteld door dezelfde rechter bij wie de zaak heeft gediend (art. 399 Rv).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c473d8bd7c13be5724655f6e67131e89e6d34bf871448433815e89bcc25b4b61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c473d8bd7c13be5724655f6e67131e89e6d34bf871448433815e89bcc25b4b61, en de alinea staat in dat document op bytes 47881 tot 48787.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c473d8bd7c13be5724655f6e67131e89e6d34bf871448433815e89bcc25b4b61 | shasum -a 256