Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 november 2005
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 11 november 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 november 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT5487.
"Is de omvang van de ambtsplicht van de inspecteur in de opvatting van de Hoge Raad het centrale punt waarom zich vrijwel de gehele leer van de navordering beweegt, ook in mijn opvatting is die ambtsplicht niet geheel zonder belang. Ik verdedigde immers de stelling dat navordering mogelijk is als de belastingplichtige redelijkerwijze kennis kon dragen van de onjuistheid van de aanslag, maar dat een beroep op de omstandigheid dat hij die kennis redelijkerwijze niet kon bezitten hem niet kan baten als de navordering gegrond wordt op feiten, die de inspecteur niet kende toen hij de aanslag vaststelde en waarvan hij op dat ogenblik evenmin redelijkerwijze op de hoogte had behoren te zijn, hetzij onmiddellijk, hetzij na het (doen) instellen van een onderzoek, zo daartoe redelijkerwijze aanleiding bestond. Een ambtelijk verzuim is dus wel een grond voor uitsluiting van navordering, maar alleen in combinatie met de zekerheid die de belastingplichtige redelijkerwijze kon hebben, dat de aanslag juist was."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d6ecaefb8296da097568c778d8c1754f54097786824cc5d3607dca6ec0ba412. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d6ecaefb8296da097568c778d8c1754f54097786824cc5d3607dca6ec0ba412, en de alinea staat in dat document op bytes 18294 tot 19319.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d6ecaefb8296da097568c778d8c1754f54097786824cc5d3607dca6ec0ba412 | shasum -a 256