Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT5721.

3.2. Met betrekking tot het onder 2 bewezenverklaarde heeft het hof voor het bewijs gebezigd het proces-verbaal inhoudende de aangifte en een proces-verbaal inhoudende niet alleen de verklaring van aangeefster dat zij verdachte bij een spiegelconfrontatie herkent, maar ook de opmerking van de verbalisant dat aangeefster zeer emotioneel reageerde bij het zien van de verdachte. Dat laatste is een extra toevoeging in vergelijking met de inhoud van de voor feit 1 gebezigde bewijsmiddelen. Maar de vraag is of dit voldoende is. Volgens Blok/Besier moet de grond voor invoeging van de bewijsregel van (thans) art. 342 lid 2 Sv wel zijn geweest de vrees, dat een getuige of opzettelijk onwaarheid zal spreken of zich te goeder trouw zal vergissen.(2) De rechtspraak van de Hoge Raad in deze komt erop neer dat het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan niet op de verklaring van één getuige mag worden aangenomen, maar dat zulks niet het geval is wanneer voor een onderdeel van de tenlastelegging steunbewijs aanwezig is. Aan het genoemde voorschrift is reeds voldaan als naast de getuigenverklaring één ander bewijsmiddel wordt gebruikt dat slechts betrekking hoeft te hebben op een niet wezenlijk onderdeel van de bewezenverklaring.(3) Het probleem met de toevoeging van verbalisant in het proces-verbaal van confrontatie is dat deze toevoeging geen betrekking heeft op het tenlastegelegde.(4) In wezen betreft die toevoeging een argument voor de stelling dat aangeefster bij de confrontatie naar haar waarneembare beleving weer tegenover haar overvaller stond. Nu de toevoeging geen betrekking heeft op een onderdeel van de tenlastelegging is er inderdaad ook naar mijn oordeel ten aanzien van het tweede feit sprake van een schending van de in artikel 342 lid 2 Sv neergelegde regel. Naar mijn mening had het hof deze schending kunnen voorkomen door, zoals het hof ook heeft gedaan in zijn overwegingen met betrekking tot de feiten 3 en 4, erop te wijzen dat feit 1 op zaterdag 25 januari 2003 omstreeks 06.45 uur op de Steenstraat ter hoogte van de kruising met de Spijkerstraat te Arnhem heeft plaatsgevonden en feit 2 op dezelfde dag in dezelfde directe omgeving maar een halfuurtje later, en dat beide berovingen zeer veel gelijkenis vertonen. Nu zo een schakeling van beide feiten ontbreekt, is de bewezenverklaring van beide feiten onvoldoende met redenen omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a862ca333983540e879ca481b75923bc2a9850e04c05de0dfcbf65e01f70a821. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a862ca333983540e879ca481b75923bc2a9850e04c05de0dfcbf65e01f70a821, en de alinea staat in dat document op bytes 5331 tot 7740.