Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT5721.
4.3. Onder 2 van de toelichting op middel 2 wordt geklaagd dat de motivering van het hof, gelegd onder de verwerping van het verweer, onbegrijpelijk is. Ik lees echter de zin waarin het hof overweegt dat het Besluit niet van dien aard is dat aan de niet strikte naleving van het Besluit de conclusie moet worden verbonden dat de resultaten van de confrontaties niet voor het bewijs mogen worden gebezigd op een andere wijze dan de steller van het middel kennelijk doet. Het hof heeft hier kennelijk het oog op een passage uit HR 30 maart 2004, NJ 2004, 376. De Hoge Raad overweegt daar onder 3.6.4 dat bewijsuitsluiting uitsluitend aan de orde kan komen als door de onrechtmatige bewijsvergaring een belangrijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. Het hof brengt hier tot uitdrukking dat van een aanzienlijke schending van een belangrijk voorschrift geen sprake is. Wat dan resulteert is, zoals ook de steller onder 3 van de toelichting op het middel heeft aangegeven, de klacht dat het hof op een betrouwbaarheidsverweer niet op begrijpelijke wijze heeft geantwoord. Het hof heeft over de betrouwbaarheid van de resultaten van de confrontaties het volgende overwogen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a862ca333983540e879ca481b75923bc2a9850e04c05de0dfcbf65e01f70a821. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a862ca333983540e879ca481b75923bc2a9850e04c05de0dfcbf65e01f70a821, en de alinea staat in dat document op bytes 11546 tot 12756.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a862ca333983540e879ca481b75923bc2a9850e04c05de0dfcbf65e01f70a821 | shasum -a 256