Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT5721.
Op zaterdag 1 februari 2003 surveilleerden twee verbalisanten in de wijk het Spijkerkwartier te Arnhem, omdat er in die periode en in die buurt veelvuldig mensen werden beroofd. Om ongeveer 05.15 uur die dag heeft de politie telefonisch de melding van de beroving van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ontvangen. Deze beroving had plaatsgevonden in de Hertogstraat. Daarbij was een bedrag van 10 euro buitgemaakt. [Slachtoffer 3] heeft bij zijn telefonische melding een signalement van de dader gegeven. Kort na ontvangst van de melding worden de verbalisanten op straat aangesproken door [slachtoffer 5] die aangaf dat iemand kort daarvoor in de Driekoningenstraat had geprobeerd hem te beroven. Daarbij was niets buit gemaakt. Ook [slachtoffer 5] gaf een signalement op. Gezien de tijdstippen waarop kort achter elkaar, op twee locaties twee berovingen hadden plaatsgevonden en gezien de zeer korte afstand van deze locaties van elkaar, moest de dader nog in de directe omgeving zijn, zo concludeerden de verbalisanten. Naar het oordeel van één van die verbalisanten - de gebiedsagent - voldeed een persoon, die hij ambtshalve kende en wiens adres hij ook kende, aan het opgegeven signalement. Deze persoon is verdachte, woonachtig op het adres [a-straat 1]. Verbalisanten hebben zich onmiddellijk naar dat adres begeven. Nadat de verbalisanten met toestemming van een (andere) bewoner van het pand [a-straat 1] in het pand waren binnengelopen zagen zij door de geopende deur van de door de verdachte bewoonde kamer de verdachte op een bank zitten met in zijn hand één biljet van 10 euro en twee biljetten van 5 euro. De verdachte voldeed aan de opgegeven signalementen. Naar het oordeel van het hof leveren de voornoemde gegevens feiten en omstandigheden op die konden leiden tot een rechtmatige verdenking. Nu één beroving en één poging daartoe kort tevoren hadden plaatsgevonden, terwijl aansluitend onafgebroken opsporingshandelingen waren verricht, kan gesproken worden van ontdekking op heeterdaad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a862ca333983540e879ca481b75923bc2a9850e04c05de0dfcbf65e01f70a821. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a862ca333983540e879ca481b75923bc2a9850e04c05de0dfcbf65e01f70a821, en de alinea staat in dat document op bytes 15778 tot 17806.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a862ca333983540e879ca481b75923bc2a9850e04c05de0dfcbf65e01f70a821 | shasum -a 256