Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT5721.
De steller van het middel betoogt dat het hof niet is ingegaan op het verweer dat het binnentreden van de woning van verdachte onrechtmatig is geweest en dat de vruchten daarvan, zoals de herkenningen, niet voor het bewijs mogen worden gebezigd. Het hof heeft enkel beargumenteerd dat er voldoende verdenking was, maar heeft niet geantwoord op het verweer dat de aanhouding onrechtmatig is geweest. Verbalisanten hadden immers geen toestemming de woning van verdachte binnen te komen, noch waren zij voorzien van een schriftelijke machtiging in de zin van art. 2 Awbi. Evenmin hebben zij zich voorafgaand gelegitimeerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a862ca333983540e879ca481b75923bc2a9850e04c05de0dfcbf65e01f70a821. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a862ca333983540e879ca481b75923bc2a9850e04c05de0dfcbf65e01f70a821, en de alinea staat in dat document op bytes 18128 tot 18760.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a862ca333983540e879ca481b75923bc2a9850e04c05de0dfcbf65e01f70a821 | shasum -a 256