Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT5721.
4 Reijntjes (Strafrechtelijk bewijs in de wet en praktijk, p. 175) wijst op HR 8 juni 1931, NJ 1932, 1550, waarin het bewijs voor het delict van art. 373 lid 1 Sr is aangenomen op de bekentenis van verdachte en op de verklaring van een getuige dat verdachte postbode is. Die laatste verklaring kon bijdragen aan het bewijs dat verdachte ambtenaar was of een persoon werkzaam bij enige openbare instelling van vervoer, en had dus betrekking op een onderdeel van de tenlastelegging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a862ca333983540e879ca481b75923bc2a9850e04c05de0dfcbf65e01f70a821. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a862ca333983540e879ca481b75923bc2a9850e04c05de0dfcbf65e01f70a821, en de alinea staat in dat document op bytes 20969 tot 21462.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a862ca333983540e879ca481b75923bc2a9850e04c05de0dfcbf65e01f70a821 | shasum -a 256