Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2005
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT5797.
26. Bij de bepaling van de hoogte van het wederrechterlijk verkregen voordeel kunnen slechts de kosten die in directe relatie staan tot het delict gelden als kosten die voor aftrek in aanmerking komen (vgl. HR 8 juli 1998, JOW 1998, 54). De wetgever heeft de rechter grote vrijheid gelaten of en zo ja, in welke mate hij rekening wil houden met zodanige kosten. De beslissing daaromtrent behoeft in het algemeen geen motivering. Wanneer evenwel door of namens de veroordeelde gemotiveerd en met specificatie van de desbetreffende posten het verweer is gevoerd dat bepaalde kosten bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel dienen te worden afgetrokken, zal de rechter in zijn uitspraak tot uitdrukking behoren te brengen hetzij dat de gestelde kosten niet kunnen gelden als kosten die in directe relatie staan tot het delict, hetzij dat zij wel als zodanig kunnen gelden maar dat zij - al dan niet gedeeltelijk - voor rekening van de veroordeelde dienen te blijven (zie HR 30 oktober 2001, JOW 2002, 1).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5bc227df7a7b52b01b7911762eb88ecadf31091c1a78fbefd6e0f2b63c6cd7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5bc227df7a7b52b01b7911762eb88ecadf31091c1a78fbefd6e0f2b63c6cd7e, en de alinea staat in dat document op bytes 17464 tot 18497.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e5bc227df7a7b52b01b7911762eb88ecadf31091c1a78fbefd6e0f2b63c6cd7e | shasum -a 256