Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2005

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT5797.

Ik wijs ook nog op HR 15 juni 1999, NJ 1999, 591. In dat arrest kwam de Hoge Raad tot het oordeel dat aan een betrokkene voordeel kan worden toegerekend dat hem is toegevloeid op grond van zijn bewezen verklaarde deelneming aan een criminele organisatie in de zin van art. 140 lid 1 Sr, ook voor zover het gaat om voordeel dat is verkregen door misdrijven die niet de betrokkene maar andere deelnemers aan de organisatie hebben begaan. Die ruime invulling van het begrip "voordeel" bij een bewezenverklaring van art. 140 Sr brengt een daarmee corresponderende ruime mogelijkheid tot aftrek van met die deelneming samenhangende kosten met zich mee. Nu volgens de bewezenverklaring de partijen van 400 en 700 kilogram cocaïne zo'n belangrijk onderdeel vormde van de organisatie, dienen de daarmee gepaard gaande kosten te worden verdisconteerd in de voordeelsberekening."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5bc227df7a7b52b01b7911762eb88ecadf31091c1a78fbefd6e0f2b63c6cd7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5bc227df7a7b52b01b7911762eb88ecadf31091c1a78fbefd6e0f2b63c6cd7e, en de alinea staat in dat document op bytes 22069 tot 22953.