Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2005

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT5797.

"Voorts wordt de verwerping van het gevoerde verweer onbegrijpelijk genoemd omdat het Hof niet is ingegaan op de stelling dat er ongeveer fl 115.000,= aan [persoon 1] is teruggegeven. Blijkens de feitelijke vaststellingen die het Hof aan zijn beslissing op de verweren ten grondslag heeft gelegd is een dergelijke teruggave van geld niet aannemelijk bevonden. Ook dat acht ik niet onbegrijpelijk. Kennisneming van de stukken die het landelijk parket van het openbaar ministerie met het oog op de onderhavige zaak aan de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam heeft gezonden, waaronder een niet-getekend exemplaar van de met [persoon 1] gesloten overeenkomst, wijst uit dat voor het bij wege van schikking overeengekomen bedrag van fl 200.000,= verhaal zou worden gezocht op onder [persoon 1] inbeslaggenomen geldswaarden, waarvan hij kennelijk afstand heeft gedaan. Weliswaar blijkt uit die stukken dat het op de voet van art. 94a Sv gelegde beslag op gelden een groter bedrag betrof (fl. 296.016,=), maar er valt ook uit op te maken dat kosten van aan [persoon 1] verleende rechtsbijstand uit het inbeslaggenomen bedrag voldaan zouden worden."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5bc227df7a7b52b01b7911762eb88ecadf31091c1a78fbefd6e0f2b63c6cd7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5bc227df7a7b52b01b7911762eb88ecadf31091c1a78fbefd6e0f2b63c6cd7e, en de alinea staat in dat document op bytes 26633 tot 27789.