Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2005

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT5797.

Voor het bezwaar dat aan [persoon 1] in het kader van de met hem gesloten overeenkomst geld en goederen ter waarde van ongeveer fl 115.000,= zijn teruggegeven () heeft het Hof klaarblijkelijk onvoldoende feitelijke grondslag gevonden, daar het heeft vastgesteld dat [persoon 1] in verband met die overeenkomst alleen goederen ter waarde van fl 19.000,= zijn teruggegeven, terwijl hij uit hoofde van een schikkingsvoorstel een bedrag van fl 200.000,= heeft afgestaan. Ik wijs er wederom op () dat uit de stukken weliswaar blijkt dat aan geldsmiddelen een bedrag van bijna fl 300.000,= is inbeslaggenomen, maar daar ook in teruggevonden kan worden dat is overeengekomen dat de kosten van aan [persoon 1] verleende rechtsbijstand uit die middelen zouden worden voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e5bc227df7a7b52b01b7911762eb88ecadf31091c1a78fbefd6e0f2b63c6cd7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e5bc227df7a7b52b01b7911762eb88ecadf31091c1a78fbefd6e0f2b63c6cd7e, en de alinea staat in dat document op bytes 27966 tot 28745.