Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2005

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT6529.

2.10 In de toelichting op zijn eerste grief, die luidde dat de rechtbank ten onrechte de echtscheiding tussen partijen heeft uitgesproken, heeft de man het hof verzocht het uitspreken van de echtscheiding op te schorten totdat de rechtbank heeft beslist over het gezag over het minderjarige kind van partijen en de omgangsregeling met beide kinderen. Volgens de man heeft family life bestaan tussen hem en de dochter van de vrouw, [de dochter], en is de vrouw tot heden in gebreke gebleven om met officiële documenten de familierechtelijke betrekking tussen haar en [de dochter] aan te tonen, hetgeen van belang is omdat [de dochter] geen geldige verblijfstitel voor haar verblijf in Nederland heeft. Teneinde [de dochter] in de toekomst zonder problemen de Oekraïne te kunnen laten bezoeken, is de aanbeveling van de raad voor de kinderbescherming richting- en doorslaggevend, maar is ook nodig dat de man en de vrouw formeel nog gehuwd zijn. Dan kan, aldus de man, het Ministerie van Sociale Zaken in de Oekraïne meewerken aan een oplossing voor het verblijf van [de dochter] in Nederland en haar bezoeken aan de Oekraïne(12).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aecdb04446ebb3d936b1a73ccde3ba056e7aaee9e7a39ae8328a3d4029a4d21c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aecdb04446ebb3d936b1a73ccde3ba056e7aaee9e7a39ae8328a3d4029a4d21c, en de alinea staat in dat document op bytes 15633 tot 16778.