Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2005
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT6830.
Het ligt intussen voor de hand om aan te nemen dat het hof de bedoelde producties 45-52 van Eurol zelf ook niet overtuigend genoeg vond om daarmee het gestelde gebruik van de aanduiding EUROL LUBRICANTS sinds 1998, althans vóór december 2000, door Eurol aannemelijk gemaakt te achten. Als het hof ook dát feitelijke oordeel op begrijpelijke wijze in zijn arrest vermeld zou hebben (waartoe m.i. een korte overweging al voldoende zou zijn geweest), dan zou, overeenkomstig hetgeen ik hiervoor in nr. 4.4.4 verdedigde, de hier aangevallen overweging in cassatie niet aantastbaar zijn geweest. Indien de Hoge Raad van oordeel is dat dit (als gezegd: voor de hand liggende) feitelijk oordeel van het hof in rov. 4.5 besloten ligt, zodat het onderdeel daarop stukloopt, zal ik dat niet onbegrijpelijk vinden, maar mijnerzijds heb ik daartoe net te veel aarzeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34b998b095878e3e63201209ff1a1fa8659f9454c7b71a1f99e29246df562e49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34b998b095878e3e63201209ff1a1fa8659f9454c7b71a1f99e29246df562e49, en de alinea staat in dat document op bytes 28241 tot 29116.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/34b998b095878e3e63201209ff1a1fa8659f9454c7b71a1f99e29246df562e49 | shasum -a 256