Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 november 2005
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 4 november 2005
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 november 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT7728.
2.10. De overige middelonderdelen vloeien voort uit het (subsidiair) door [eiser] ingenomen standpunt dat zijn bedrijfspand óók met betrekking tot de aspecten representativiteit en kavelgrootte (nagenoeg) voldoet aan de door de gemeente voorgestane wijze van uitvoering van het bestemmingsplan. De rechtbank heeft dit verweer onderzocht en in rov. 3.5.1 - 3.5.3 verworpen. Onderdeel 2 is gericht tegen de slotzin van rov. 3.5.1, waarin de rechtbank overweegt dat door [eiser] niet is betwist dat de daar bedoelde wijze van planuitvoering het algemeen belang dient en dat evenmin is gesteld of gebleken dat deze onvoldoende realiteitswaarde heeft. Het onderdeel wijst op een drietal stellingen van [eiser] en klaagt dat, waar [eiser] had betoogd dat het bestaande gebruik past binnen de door de gemeente voorgestane wijze van planuitvoering, het niet op zijn weg lag om te bepleiten dat de voorgestane wijze niet het algemeen belang zou dienen of dat deze onvoldoende realiteitswaarde zou hebben.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91ceeccb07de1e72d32dc9dbfb5bddb26ac645687e6c79b995555bc0233e61e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91ceeccb07de1e72d32dc9dbfb5bddb26ac645687e6c79b995555bc0233e61e8, en de alinea staat in dat document op bytes 18517 tot 19527.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91ceeccb07de1e72d32dc9dbfb5bddb26ac645687e6c79b995555bc0233e61e8 | shasum -a 256