Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2005

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT9028.

6.2. Het Hof is er kennelijk, gelet op hetgeen onder 8 is overwogen, primair van uitgegaan dat de feiten waarvoor de uitlevering wordt verzocht zich hebben afgespeeld binnen het grondgebied van de VS. Dat de feiten waarvoor de uitlevering wordt verzocht zich buiten dat grondgebied zouden hebben afgespeeld is voor het Hof enkel een veronderstelde mogelijkheid geweest. Daarom doet zich de situatie waarop artikel 2 lid 3 onder a van het Verdrag ziet hier niet voor.(7) Maar ook als ervan uitgegaan zou moeten worden dat de feiten waarvoor de uitlevering wordt verzocht buiten het grondgebied van de VS zouden zijn gepleegd zou nog de omschrijving in het uitleveringsverzoek doorslaggevend zijn. Het meegeleverde bewijsmateriaal hoeft alleen de aanhouding en dagvaarding van die personen te rechtvaardigen, maar speelt verder geen rol bij de omschrijving van de feiten waarvoor uitlevering wordt gevraagd. In de rechtspraak van de Hoge Raad is ook telkens sprake van de feiten 'waarvoor uitlevering wordt verzocht' en niet van de 'feiten die de opgeëiste persoon vermoedelijk heeft begaan'.(8) Ook de nationale strafvordering maakt een vergelijkbaar onderscheid. De tenlastelegging bakent het veld van onderzoek af en vormt de grondslag onder meer voor de toetsing of Nederland rechtsmacht heeft, het bewijsmateriaal moet uitsluitsel geven of verdachte het telastegelegde al dan niet heeft begaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5afde8d4ee59ff42acda47cb94c1ed4940a6283d53efb43e04033735acaf752. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5afde8d4ee59ff42acda47cb94c1ed4940a6283d53efb43e04033735acaf752, en de alinea staat in dat document op bytes 23037 tot 24449.