Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2005

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT9028.

"9.3. (ad b en c) De raadsman stelt dat het door de verzoekende Staat gepresenteerde bewijsmateriaal op deze punten niet toereikend is om, volgens het recht van de Nederlandse Antillen, aanhouding en dagvaarding van de opgeëiste persoon te rechtvaardigen. Het Hof overweegt dat hetgeen in de "affadavit" van William Kievlahan en in de "declaration of Neil M. Barofsky" is opgenomen toereikend is om naar Nederlands-Antilliaans recht de aanhouding en dagvaarding van de opgeëiste persoon te rechtvaardigen. Uit genoemde stukken blijkt immers onder meer dat [de opgeëiste persoon] op Curaçao is aangehouden in het bezit van een grote hoeveelheid cocaïne, dat er afgeluisterde telefoongesprekken zijn waarin [de opgeëiste persoon] met anderen spreekt over de ontvangst en distributie van cocaïne en over het sturen van verdovende middelen naar de Verenigde Staten en dat er een tweetal getuigen is dat kan verklaren dat de organisatie van [de opgeëiste persoon] aanzienlijke hoeveelheden cocaïne in Puerto Rico en St. Thomas (beiden behorend tot het grondgebied van de Verenigde Staten) invoerde. Reeds gelet op dit bewijsmateriaal kan niet gezegd worden dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de Nederlands-Antilliaanse rechter in een vergelijkbaar aan hem voorgelegd geval tot een bewezenverklaring zou komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5afde8d4ee59ff42acda47cb94c1ed4940a6283d53efb43e04033735acaf752. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5afde8d4ee59ff42acda47cb94c1ed4940a6283d53efb43e04033735acaf752, en de alinea staat in dat document op bytes 25092 tot 26422.