Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 september 2005

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 20 september 2005

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 september 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AT9028.

9.4. (ad d) De raadsman stelt dat het door de verzoekende staat gepresenteerde bewijsmateriaal in ieder geval ten aanzien van een aantal in het verzoek genoemde concrete partijen cocaïne niet aan de vereisten van artikel 9 lid 3 onder b van het Uitleveringsverdrag voldoet. Voor wat betreft de door de raadsman genoemde partij van 340 kilogram, geldt dat in de "affadavit" van William Kievlahan is vermeld dat [de opgeëiste persoon] op Sint Maarten de ontvangst van deze partij besprak. In diezelfde "affadavit" is vermeld dat [de opgeëiste persoon] op 12 februari 2004 een versluierd telefoongesprek had met iemand in Colombia met betrekking tot de door de raadsman genoemde partij van 1200 kilogram. Ten aanzien van beide partijen geldt dat dit, in samenhang met het overige bewijsmateriaal, naar het recht van de Nederlandse Antillen de aanhouding en dagvaarding van [de opgeëiste persoon] zou rechtvaardigen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5afde8d4ee59ff42acda47cb94c1ed4940a6283d53efb43e04033735acaf752. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5afde8d4ee59ff42acda47cb94c1ed4940a6283d53efb43e04033735acaf752, en de alinea staat in dat document op bytes 26442 tot 27372.