Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 december 2006
Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 1 december 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 december 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AR4027.
5.13. Ik meen - min of meer met deze auteurs - dat in dit verband een onderscheid moet worden aangebracht tussen economische gevolgen en dwingend rechtelijke gevolgen. Ik doel hier met name op een onderscheid tussen rechtsgevolgen voortvloeiende uit overeenkomst (niet rechtstreeks) en rechtsgevolgen voortvloeiend uit het dwingend recht (wel rechtstreeks).(28) Ik acht buiten twijfel dat een uiteindelijke afnemer van de goederen na invoer (de koper) - enkel in die hoedanigheid - niet individueel en rechtstreeks kan zijn geraakt in de zin van artikel 243 CDW. De vraag is evenwel of dit tevens heeft te gelden voor een importeur van goederen die een douane-expediteur opdracht heeft gegeven tot het doen van aangifte voor het vrije verkeer. In dat kader zal hierna worden ingegaan op de beschreven modaliteiten van vertegenwoordiging in het communautaire douanerecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffcb6da807900efe6d586fa94b274d318354e736657c052c65d4536969013598. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffcb6da807900efe6d586fa94b274d318354e736657c052c65d4536969013598, en de alinea staat in dat document op bytes 45618 tot 46501.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffcb6da807900efe6d586fa94b274d318354e736657c052c65d4536969013598 | shasum -a 256