Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006

Alinea 268 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AR6513.

"Op de (...) [hiervoor] uiteengezette gronden kan de gehoudenheid tot persoonlijk optreden van het belastingsubject niet worden gemist. Om te voorkomen, dat nodeloos inbreuk wordt gemaakt op belangen van individuen zijn de afwijkingen van de algemene in de artikelen 39, 41 en 42 [thans: 41, 43 en 44; PJW] vervatte regels tot een minimum beperkt. Vooreerst kan het persoonlijk optreden slechts worden gevorderd met betrekking tot een verplichting. De vervolgens gestelde voorwaarde, dat een geldige reden aanwezig is, zal in die zin moeten worden verstaan, dat zich omstandigheden voordoen die de conclusie van de inspecteur rechtvaardigen, dat het belang van een juiste belastingheffing met persoonlijk handelen van het belastingsubject is gediend. Ten slotte kan persoonlijk optreden slechts worden gevorderd van hen die physiek en geestelijk tot nakoming van de verplichting in staat zijn"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f, en de alinea staat in dat document op bytes 123176 tot 124082.