Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006
Alinea 339 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AR6513.
Het oordeel omtrent de vraag of zodanige stukken object van het afgeleide verschoningsrecht uitmaken komt ook dan, zoals de Rechtbank terecht heeft overwogen, in beginsel toe aan de advocaat van wie het verschoningsrecht is afgeleid. Het afgeleide verschoningsrecht als hier bedoeld, zal met betrekking tot zodanige stukken kunnen worden ingeroepen zowel indien en voorzover zij zich bij de deskundige bevinden in verband met de vervulling van een door hem aanvaarde opdracht, welke hem is verleend door de advocaat in het kader van de behandeling van een bepaalde door een cliënt aan deze toevertrouwde aangelegenheid, alsook indien zij zich bij de cliënt van de advocaat bevinden (vgl. HR 19 november 1985, NJ 1986, 533, rov. 5.3)."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f, en de alinea staat in dat document op bytes 172084 tot 172833.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f | shasum -a 256