Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006
Alinea 345 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AR6513.
Ik acht deze redenering althans voor het belastingrecht onjuist. Afgezien van enige spontane renseigneringsplichten die men desgewenst als van rechtswege geldend kan beschouwen, gelden de bijkomende fiscale verplichtingen ex de artt. 47 e.v. AWR slechts "desgevraagd." De rechtsgevolgen van daadwerkelijke meewerkplicht en van dreiging van omkering van de bewijslast en van strafvervolging worden pas opgeroepen door de vordering. U zie ook de opmerkingen van de medewetgever over de betekenis van het woord "desgevraagd" in art. 47 AWR in het derde citaat in onderdeel 3.7 hierboven. Ik merk voorts op dat het CBB te oordelen had over wat in het belastingrecht een derdenvordering zou heten en uitdrukkelijk overwoog dat art. 36 Wte niet voorzag in een bevoegdheid van het bestuur om nakoming van de verplichting af te dwingen. Dat is anders in het belastingrecht: veelal gaat het om vorderingen ten laste van de belastingplichtige/inhoudingsplichtige zelf, die zucht onder de hoogst effectieve bestuurlijke dreiging van omkering van de bewijslast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f, en de alinea staat in dat document op bytes 179515 tot 180577.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f | shasum -a 256