Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006

Alinea 376 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AR6513.

7.13 De bevoegdheidsuitoefening door de inspecteur ex art. 47 e.v. AWR mag evenmin in strijd komen met de algemene beginselen van procesrecht,(65) met name niet met de gelijkwaardigheid van procespartijen. Uit HR 10 februari 1988, nr 23 925, BNB 1988/160,met noot Hofstra,AB 1988, 547, met noot De Waard; FED 1988/273, met noot Wattel; VN 1988/703, blz. 703-707, volgt dat de inspecteur ter verkrijging van informatie die hij als bewijs ten laste van zijn tegenpartij wenst te gebruiken in de beroepsprocedure geen gebruik meer kan maken van de bevoegdheden van art. 47 e.v. AWR jegens de belanghebbende vanaf het moment waarop die belanghebbende beroep heeft ingesteld op de rechter. Deze beperking geldt niet in de bezwaarfase, zoals u recent nog heeft overwogen in HR 26 september 2003, nr. 38 585, BNB 2004/7, FED 2003/527, NTFR 2003/1670, met noot Kors, en evenmin waar het gaat om vorderingen jegens derden (niet-procespartijen; zie HR 23 september 1992, nr. 28388; BNB 1992/387, met noot Den Boer, FED 1992/894, met noot Koopman; VN 1992, blz. 3133.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f, en de alinea staat in dat document op bytes 196676 tot 197745.