Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006
Alinea 425 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AR6513.
8.19 Deze rechtspraak impliceert dat de ernst van het verzuim van de gevorderde mede bepalend is voor de vraag of de rechter de omkering van de bewijslast ingetreden acht. Bij aangifteverzuimen laat zich zulks rijmen met de letter van de wet, nu het woord "vereiste" interpretatie behoeft. Bij de "bijkomende verplichtingen" is deze rechtspraak moeilijker te rijmen met de letter van de wet, die de omkering als een min of meer mechanisch gevolg poneert van elk verzuim, hoe klein ook: de bewijslast wordt immers door de wet omgekeerd als "niet volledig is voldaan" aan de verplichtingen (zie de artt. 25, lid 6, letters b, c en d, en 27e, letters b, c en d, AWR).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f, en de alinea staat in dat document op bytes 222505 tot 223183.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f | shasum -a 256