Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006
Alinea 441 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AR6513.
9.4 De daartoe in BNB 1992/69 (zie onderdeel 8.16) gevolgde benadering bestaat erin dat de rechter een aan het evenredigheidsbeginsel van art. 3:4, tweede lid, Awb ontleende toets aanlegt om te beoordelen of omkering van de bewijslast een passende sanctie is op het niet (volledig) verstrekking van de gevorderde informatie(dragers). Indien omkering onevenredig wordt bevonden, wil dat niet zeggen dat de inspecteur de beginselen van behoorlijk bestuur geschonden heeft. Hij mag immers in beginsel ook om informatie van beperkte relevantie vragen en zelfs om informatie die hij misschien niet nodig heeft om tot een juiste aanslagregeling te komen (zie BNB 1986/128; onderdeel 5.5). De derde in 9.2 genoemde benadering houdt juist in dat de inspecteur bevoegd was en binnen de grenzen van behoorlijk bestuur bleef, maar omkering toch niet intreedt omdat het verzuim onvoldoende ernstig is om haar te rechtvaardigen. Hoe men het ook wendt of keert, dit impliceert dat de rechter de wet bijstelt, want de artt. 25, lid 6 en 27e AWR zijn zodanig geformuleerd dat de omkering van de bewijslast zich onttrekt aan evenredigheidstoetsing als vast staat dat de inspecteur bevoegd was en met zijn vordering binnen de grenzen van behoorlijk bestuur bleef. Wat de rechter in wezen toepast, is niet zozeer een evenredigheidstoets als beginsel van behoorlijk bestuur, maar zo'n toets als beginsel van straftoemeting. Zoals ook uit uw jurisprudentie blijkt (zie 8.5 hierboven), is omkering van de bewijslast geen bevoegdheid van de inspecteur. Zij is een door de wet aan niet-medewerking verbonden gevolg. De inspecteur kan ter zake van die omkering dus ook geen beginsel van behoorlijk bestuur schenden. Dat neemt niet weg dat de wettelijke sanctie onevenredig kan zijn, gezien de geringe ernst van het verzuim. Wat de belastingrechter dus doet, is toepassing van een buitenwettelijk criterium dat in strafrechtelijke termen omschreven zou kunnen worden: ontbreken van voldoende materiële wederrechtelijkheid om de wettelijke blinde sanctionering te rechtvaardigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f, en de alinea staat in dat document op bytes 230338 tot 232404.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f | shasum -a 256