Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006

Alinea 452 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AR6513.

11.2 Men mag van een zorgvuldig handelende inspecteur allereerst verwachten dat hij globaal aangeeft voor welke doeleinden hij informatie(dragers) opvraagt (motiveringsbeginsel; gecodificeerd in art. 3:46 Awb; een informatie- of inzagevordering is een besluit in de zin van die bepaling; ook vóór invoering van de Awb gold dit beginsel; men zie bijvoorbeeld Hof Den Haag 14 juli 1981, BNB 1982/264 en Hof Den Leeuwarden 27 oktober 1978, BNB 1979/255). Het is overigens ook uit praktisch oogpunt zinvol aan te geven waar het om te doen is, opdat de gevorderde zo weinig mogelijk overbodig werk doet en de inspecteur zo weinig mogelijk "ruis" ontvangt. Onder omstandigheden kan het doel van de vordering in gevaar komen als het van te voren onthuld wordt (collusiegevaar). In dergelijke gevallen kan de inspecteur evenredig vager zijn in zijn motivering en bijvoorbeeld bij een inzagevordering volstaan met het aangeven dat de controle de naleving van de belastingwet betreft over bepaalde aan te duiden jaren voor bepaalde aan te duiden belastingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f, en de alinea staat in dat document op bytes 239600 tot 240663.