Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006
Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AR6513.
2.3. Bij deze conclusie hoort een bijlage die tevens bijlage is bij de zaak met nr 39 104 (dezelfde belanghebbende) en de zaken met nrs 38 809 en 38 810 (andere belanghebbende) waarin ik inga op de verhouding tussen de meewerkplichten van de belastingplichtige/inhoudingsplichtige, de beginselen van behoorlijk bestuur en de sanctie van de omkering van de bewijslast die art. 25, lid 6, letter b, AWR (resp. art. 27e, letter b, AWR) verbindt aan het niet-voldoen aan vorderingen van de fiscus, met name de vordering tot persoonlijke verschijning ter inspectie (art. 41, lid 2, AWR) en de vordering tot het (desgevorderd mondeling; zie art. 49 AWR) verstrekken van inlichtingen ter zake van de eigen belastingplicht (art. 47 AWR) dan wel de inhoudingsplicht (art. 53, lid 1, letter b, AWR), alsmede op de internationaalrechtelijke en beleidsmatige grenzen aan de fiscale meewerkplichten. Ook in de genoemde andere zaken concludeer ik heden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f, en de alinea staat in dat document op bytes 21741 tot 22693.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f | shasum -a 256