Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AR6513.

Deze klacht miskent dat ook al zou zij gehonoreerd worden, zulks niets verandert aan de omkering van de bewijslast, nu deze sanctie reeds staat op het niet verschijnen ter inspectie (art. 41, lid 2, juncto art. 25, lid 6, letter b, en art. 27e, letter b, AWR), wellicht (mede) om een verweer als het onderhavige de wind uit de zeilen te nemen. Inderdaad kon de belanghebbende de niet-gestelde vragen niet mondeling beantwoorden, maar doordat hij ondanks daartoe gevorderd te zijn, niet ter inspectie verscheen, kon de inspecteur die vragen ook niet, zoals hij wenste, mondeling stellen. Het gaat er dus om of de inspecteur in redelijkheid kon vorderen dat de belanghebbende ter inspectie zou verschijnen om onvoorbereid en onvertegenwoordigd mondeling vragen te beantwoorden in plaats van haar vragen schriftelijk aan de gemachtigde of telefonisch aan de belanghebbende of zijn gemachtigde te stellen. Daarover gaat klacht 3.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f, en de alinea staat in dat document op bytes 29443 tot 30381.