Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006
Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AR6513.
5.4. De schriftelijke vordering ex art. 41 AWR tot persoonlijke verschijning ter inspectie om mondeling inlichtingen te verstrekken ex art. 47 resp. 53 AWR is voorts mijns inziens een besluit in de zin van art. 1:3, eerste lid, Awb (zie onderdelen 7.2 en 7.3 van de Bijlage), zodat uit art. 3:46 Awb volgt dat de inspecteur ter zake van haar keuze een zekere motiveringsplicht heeft. Dat volgt mijns inziens overigens ook reeds uit het ongeschreven motiveringsbeginsel, ook indien des inspecteurs schriftelijke vordering met (straf)sanctiedreiging geen besluit in de zin van de Awb zou zijn. De beginselen van behoorlijk bestuur normeren niet slechts publiekrechtelijke rechtshandelingen van een bestuursorgaan, maar ook civielrechtelijk en feitelijk handelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f, en de alinea staat in dat document op bytes 34127 tot 34900.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f | shasum -a 256