Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AR6513.
5.6. De inspecteur, daarnaar door de gemachtigde gevraagd, heeft zich op dit punt kennelijk beperkt tot het tijdens een telefoongesprek verwijzen naar "tactische redenen" (zie 1.8 hierboven). Het p.v. van de Hofzitting vermeldt dat de inspecteur geen behoefte had aan een "voorgekookt verhaal." In haar verweerschrift voor het Hof (ongenummerde blz. 10, onder punt 6. Beschouwing) verwijst zij naar "overwegingen van controletechnische aard." Een en ander heldert niet op waarom deze belanghebbende in deze situatie, anders dan andere belanghebbenden die wél mogen voorkauwen, onvertegenwoordigd, onvoorbereid, mondeling en ter inspectie informatie moet komen verschaffen en geeft dus geen inzicht in de belangen die (zouden moeten) zijn afgewogen door de belastingadministratie. De "tactische redenen" wekken daarmee de indruk op gespannen voet te staan met beginselen van behoorlijk bestuur, met name de beginselen van proportionaliteit (gezien de sanctie), zuiverheid van oogmerk, transparantie (fair play) en motivering. Indien de "tactiek" er op gericht zou zijn medewerkingsweigering uit te lokken om daarmee omkering van de bewijslast te bewerkstelligen, zou sprake zijn van détournement de pouvoir. Indien de geëiste belastende modaliteiten van informatieverstrekking niet noodzakelijk zouden zijn voor het bereiken van het doel (feitenkennis), is het onzorgvuldig om toch ongemotiveerd op juist die belastende modaliteiten te blijven staan, die bovendien tot strafbedreiging kunnen leiden. Doordat de inspecteur geen of onvoldoende inzicht heeft gegeven in het doel van de bijzondere modaliteit van haar vordering, valt niet na te gaan of, en zo ja welke belangenafweging daaraan ten grondslag ligt. Hoewel de rechter niet over doelmatigheid van beleid gaat, merk ik voorts op dat de vraag rijst of een bestuurlijke handelwijze als die van de inspecteur effectief is. De schermutselingen komen op mij over als wederzijds zinloos poot stijf houden, waarbij mijns inziens de overheid de wijste partij moet zijn. Als bij een belastingplichtige de indruk ontstaat, zoals kennelijk in casu, dat het alleen nog maar om een gehoorzaamheidstest gaat, of dat de vorm van de vordering vooral bedoeld is om omkering van de bewijslast op te roepen, zal dat de verhouding met de fiscus niet bevorderen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f, en de alinea staat in dat document op bytes 36325 tot 38640.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f | shasum -a 256