Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AR6513.

5.8. Uit deze overweging volgt dat het Hof van de belanghebbende vraagt aannemelijk te maken dat des inspecteurs bijzondere handelwijze geen redelijk doel kon dienen. Mijns inziens legt het Hof hiermee onjuiste maatstaven aan: (i) de vraag is niet of de gekozen afwijkende vorderingsmodaliteit geen redelijk doel kon dienen, maar of zij een redelijk doel kon dienen, voor de beantwoording van welke vraag noodzakelijk is dat dat redelijke doel bekend wordt omdat anders immers de verhouding tussen dat doel en het door het bestuur daartoe gekozen bijzondere middel niet beoordeeld kan worden, zelfs niet op willekeur; (ii) de bewijslast dat een van het normale patroon afwijkende en belastende vorderingsmodaliteit geen redelijk doel kan dienen, mag niet op de belanghebbende gelegd worden en is trouwens ook een probatio diabolica: hoe maakt men aannemelijk dat iets niet kan?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f, en de alinea staat in dat document op bytes 39575 tot 40466.