Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006

Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AR6513.

6.1. De belanghebbende acht onbegrijpelijk(7) 's Hofs oordeel dat de belanghebbende zijn administratie niet heeft bewaard op de in art. 52, vierde en zesde lid, AWR voorgeschreven wijze. Volgens de belanghebbende werd zijn administratie deels bewaard bij een derde: opdrachtgever A, en blijkt uit art. 48 AWR dat zulks toegestaan is. De belanghebbende had desgewenst de factuurspecificaties bij A kunnen ophalen om ze aan de inspecteur ter beschikking te stellen. De fiscus heeft de belanghebbende echter nooit om inzage gevraagd. Het feit dat de fiscus de specificaties bij A heeft ingezien, bewijst dat ze bewaard zijn. De belanghebbende acht voorts onbegrijpelijk het oordeel dat hij niet aan zijn bewaarplicht voldaan zou hebben, nu het Hof immers overweegt dat de door de fiscus bij A geïnspecteerde specificaties niet tot de administratie van de belanghebbende behoorden: als iets niet tot belanghebbendes administratie behoort, hoeft hij het immers ook niet te bewaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f, en de alinea staat in dat document op bytes 44436 tot 45427.