Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006

Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AR6513.

6.5. Het Hof geeft er echter geen blijk van onderzocht te hebben of het door hem geconstateerde bewaarverzuim ernstig genoeg is om omkering (verschuiving en verzwaring) als sanctie te rechtvaardigen, met name ook ter zake van eventuele geschilpunten waarop de specificaties geen betrekking werpen. Vast staat immers dat de fiscus de specificaties heeft kunnen inzien bij A alvorens de aanslag te op te leggen. Nu de belanghebbende onmiskenbaar (groot) bezwaar had tegen de omkering van de bewijslast en zich op het evenredigheidsbeginsel beriep, had het Hof, mede gezien het in onderdelen 8, 9, 10 en 11 van de bijlage vervatte, blijk moeten geven van die evenredigheidstoets. Met veel goede wil kan een toetsing aan dat beginsel wellicht wel in het Hofoordeel worden gelezen - en verwijzing brengt wellicht geen andere resultaat dan het thans voorliggende - maar mede gezien de in onderdeel 5 bereikte conclusie, meen ik dat verwijzing de voorkeur verdient omdat het om een weging van feiten en omstandigheden (verzuimen en sancties) gaat. Daar staat tegenover dat zelf afdoen het voordeel zou hebben dat het de redelijke termijn van boetebeoordeling (zie onderdeel 8) zou dienen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0df12fe1545ae028323f6afe5ce35ff82c02bb8f0c3465065e3c80324fe627f, en de alinea staat in dat document op bytes 49732 tot 50926.