Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2006

Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AS4934.

2.5. Uit voorgaande volgt dat de wetgever ten aanzien van het inrichtingenbegrip aansluiting heeft gezocht bij de Wet milieubeheer. In onderhavige zaak is onder meer de vraag aan de orde hoe deze bepaling moet worden uitgelegd. Binnen de tekst van de wet lijken een tweetal benaderingen mogelijk, waarop hierna zal worden ingegaan. Als eerste benadering komt aan de orde de vraag of de omstandigheid dat belanghebbende voor de toepassing van de Wm is aangemerkt als inrichting (Wm-inrichting), meebrengt dat de aldus vastgestelde fysieke begrenzingen van de afvalverwerkings-inrichting tevens gelden voor de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm). In termen van de subjectieve belastingplicht komt een dergelijke lezing van artikel 12, eerste lid, aanhef en onderdeel c, Wbm, er in wezen op neer dat de Wm-vergunninghouder ook belastingplichtige is voor de Afvalstoffenbelasting. Daarnaast is een tweede benadering verdedigbaar, namelijk dat de grenzen van de Wbm-inrichting zelfstandig moeten worden bepaald, doch met inachtneming van de in de Wm neergelegde criteria. In deze benadering is de inhoud van de Wm-vergunning niet bepalend voor de afbakening van de Wbm inrichting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/84ccc44b0ec6a6d7dc05ea31bc4e4a874be6855ce5fb5cbcfb8efac96dfd7618. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 84ccc44b0ec6a6d7dc05ea31bc4e4a874be6855ce5fb5cbcfb8efac96dfd7618, en de alinea staat in dat document op bytes 23945 tot 25138.