Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2006

Alinea 149 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AT1092.

6.2.1. Het Hof heeft in r.o. 5.7 kort gezegd geoordeeld dat uit de ERNA, uit de parlementaire geschiedenis en uit het rapport van de Commissie blijkt dat een onderscheid wordt gemaakt tussen belastingen geheven op en in het geld-, goederen-, en diensten-, en rechtsverkeer en belastingen op door de overheid verleende vergunningen, waarbij in het bijzonder wordt verwezen naar blz. 17 en 18 van het rapport van de Commissie, waarin het vergunningsrecht ingevolge de LV met zoveel woorden wordt genoemd. Uit artikel 1, tweede lid, jo. artikel 2, eerste lid, onderdeel A, sub 4, ERNA volgt dat de vergunningsrechten tot de zorg van het Eilandgebied behoort, voorzover het Eilandgebied de bevoegdheid heeft te vergunning te velenen. Subklacht 1.5, die hiertegen opkomt, faalt. Uit de onderdelen 3.2.1. tot en met 3.2.7. volgt dat het vergunningsrecht ex artikel 4 Loterijverordening 1909 tot de bevoegdheid van het Eilandgebied behoort. Deze bevoegdheid wordt ontleend aan artikel 2a, eerste lid, onder A, sub 4 ERNA. Uit de onderdelen 3.1.1. tot en met 3.1.21. van deze conclusie volgt dat in de zin van die bepaling 'bijzondere heffingen' zoals het onderhavige vergunningsrecht, te onderscheiden zijn van de 'algemene belastingen' als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onder A, sub 1 t/m 3 ERNA, en dat daarmee voor toetsing aan laatstvermelde bepalingen geen plaats meer is. Indien een bepaalde heffing eenmaal kwalificeert als 'bijzondere heffing', moet er gezien de systematiek van artikel 2a, onder A ERNA van worden uitgegaan, dat daarmee de kwalificatie als één van de belastingen vermeld in artikel 2a, eerste lid, onder A, sub 1 - 3 ERNA is uitgesloten. Niet terzake doet dus het feit dat het vergunningsrecht in de loop der tijd afhankelijk is gesteld van de omzet, nu daarmee het karakter van vergunningsrecht niet is aangetast. Een vergunningsrecht geheven door het Eilandgebied, waarvan de bevoegdheid is afgeleid uit artikel 2a, eerste lid, onder A, sub 4 ERNA, is per definitie geen omzetbelasting of andere belasting op en in het geld-, goederen-, diensten- en rechtsverkeer in de zin van artikel 2a, eerste lid, onder A, sub 1 ERNA. Op deze grond behoeven de subklachten 1.1. tot en met 1.4., 1.6. en 1.7. geen verdere behandeling nu deze van de rechtsopvatting uitgaan dat de bovenvermelde toetsing wel mogelijk is. Deze klachten falen dan ook.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dfd37461eff4dd46f9b4baf6895f4b89536a2ea46dc629d3f7f3382224f32584. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dfd37461eff4dd46f9b4baf6895f4b89536a2ea46dc629d3f7f3382224f32584, en de alinea staat in dat document op bytes 55941 tot 58318.