Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AT7672.

"(...) Zij (de toenmalige bewindslieden; PJW) stellen (...) voorop, dat zij niet kunnen meegaan met de stelling, dat de fiscale behandeling van een belegger in een collectieve beleggingsvorm als de beleggingsinstelling in alle opzichten gelijk behoort te zijn aan die van een belegger die rechtstreeks - zonder dit intermediair - belegt. In die gedachtegang toch wordt een gelijkheid gesuggereerd die er slechts in schijn is. Immers, hoezeer de beleggingen van een beleggingsinstelling de wezenlijke inkomensbronnen vormen voor de belegger in de instelling, de entiteit van de instelling bewerkstelligt, dat die belegger niet aangemerkt kan worden als een rechtstreekse belegger in die waarden. Niet hij bepaalt op welke wijze de door hem aan de instelling ter beschikking gestelde middelen zullen worden belegd, maar de instelling. Zij neemt de beslissing omtrent de belegging en herbelegging, welke zij op grond van de deskundigheid van haar functionarissen en de resultaten van haar research , informatie en documentatie wenselijk acht. (...)":

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74807a8a171f0323597cec1e5f3589fe025f910f62af8224277e8e786e8de40e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74807a8a171f0323597cec1e5f3589fe025f910f62af8224277e8e786e8de40e, en de alinea staat in dat document op bytes 21319 tot 22379.