Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AT7672.

4.5 Doordat een fbi in uitgangspunt geen winstbelasting betaalt en haar 'tweede limiet' (de belasting die Nederland over het ontvangen dividend heft) daarom nihil bedraagt, kan zij haar verdragsrechtelijke of nationaalrechtelijke aanspraak op verrekening van buitenlandse bronbelasting niet realiseren. Aangezien een particuliere belegger in uitgangspunt wél eindheffing betaalt over beleggingsinkomsten (en dus een hoge tweede limiet heeft), is deze ingeval van rechtstreekse belegging in buitenlandse fondsen in de regel wél in de gelegenheid de ingehouden bronstaatbelasting te verrekenen (bij binnenlandse beleggingsinkomsten van een fbi doet dit probleem zich niet voor, omdat voor de verrekening van binnenlandse dividendbelasting geen 'tweede limiet' gesteld wordt). De wetgever wilde deze ongelijkheid tussen rechtstreekse belegging en belegging via een fbi voorkomen,(22) en nam daarom in art. 28, eerste lid, letter b, Wet Vpb 1969 de litigieuze tegemoetkoming voor buitenlandse bronbelasting op. De Nederlandse dividendbelasting die ten laste van een fbi is ingehouden, kan op grond van art. 10, tweede lid, Wet op de dividendbelasting 1965 teruggevraagd worden. Een voorheffing raakt immers geen kant of wal als effectief geen eindheffing verschuldigd is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/74807a8a171f0323597cec1e5f3589fe025f910f62af8224277e8e786e8de40e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 74807a8a171f0323597cec1e5f3589fe025f910f62af8224277e8e786e8de40e, en de alinea staat in dat document op bytes 24246 tot 25529.