Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2006

Alinea 331 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU5496.

102. De eerste klacht faalt omdat het niet uitgesloten is, dat de rechter een deel van de verklaring van verdachte geloofwaardig acht en een ander deel niet geloofwaardig of, in het licht van ander bewijsmateriaal, kennelijk leugenachtig. Die situatie doet zich hier voor en omdat duidelijk is welk deel van verdachtes verklaring volgens het Hof geloofwaardig is en welk deel kennelijk leugenachtig, is er in dat oordeel ook niets onbegrijpelijks te bespeuren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c331ecf533c604e43deb28630b80b094951f675c045589243d94c0008a861c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c331ecf533c604e43deb28630b80b094951f675c045589243d94c0008a861c9, en de alinea staat in dat document op bytes 118875 tot 119348.