Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU6521.

1.4 Bij arrest van 23 september 2004 heeft het hof geoordeeld dat er slechts dan geen aanleiding zou zijn [verweerster] ten laste van de gemeente de door haar gevorderde vergoeding van werkzaamheden toe te kennen, indien [verweerster] zich zonder goede grond aan de beraadslaging met haar mededeskundigen teneinde tot een gezamenlijk advies te komen zou hebben onttrokken, dan wel anderszins de totstandkoming van een dergelijk advies zou hebben gefrustreerd of belemmerd, aangezien het in dat geval onredelijk zou zijn niettemin honorering van werkzaamheden te verlangen. Volgens het hof is niet gebleken dat een dergelijke situatie zich hier zou hebben voorgedaan, terwijl de gemeente - die slechts in algemene termen heeft aangevoerd dat [verweerster] zich niet voldoende heeft ingespannen en onvoldoende constructief overleg met haar mededeskundigen heeft gevoerd, hetgeen [verweerster] gemotiveerd heeft betwist - daartoe ook geen voldoende concrete, ter zake dienende feiten heeft gesteld (rov. 3.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca12fb33d2d2729a5b71ff54005fa9ef8f69175b3272c21c1ae3e54d37f710ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca12fb33d2d2729a5b71ff54005fa9ef8f69175b3272c21c1ae3e54d37f710ba, en de alinea staat in dat document op bytes 8576 tot 9595.