Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU6521.

2.5 Indien de overeenkomst eindigt voordat de opdracht is volbracht of de tijd waarvoor zij is verleend, is verstreken, en de verschuldigdheid van loon afhankelijk is van de volbrenging of van het verstrijken van die tijd, heeft de opdrachtnemer recht op een naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon (art. 7:411 lid 1 BW). Bij de bepaling daarvan wordt onder meer rekening gehouden met de reeds door de opdrachtnemer verrichte werkzaamheden, het voordeel dat de opdrachtgever daarvan heeft, en de grond waarop de overeenkomst is geëindigd. De opdrachtnemer heeft in een dergelijk geval slechts aanspraak op het volle loon, indien het einde van de overeenkomst aan de opdrachtgever is toe te rekenen en de betaling van het volle loon, gelet op alle omstandigheden van het geval, redelijk is. Op het bedrag van het loon worden de besparingen die voor de opdrachtnemer uit de voortijdige beëindiging voortvloeien, in mindering gebracht (art. 7:411 lid 2 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca12fb33d2d2729a5b71ff54005fa9ef8f69175b3272c21c1ae3e54d37f710ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca12fb33d2d2729a5b71ff54005fa9ef8f69175b3272c21c1ae3e54d37f710ba, en de alinea staat in dat document op bytes 14821 tot 15802.