Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU6521.
In de memorie van toelichting op art. 7.7.1.14 van het regeringsontwerp (het uiteindelijke art. 7:411 BW) is opgemerkt dat de hoofdregel is te vinden in lid 1 en dat die hoofdregel inhoudt dat de opdrachtnemer bij een voortijdige beëindiging van de overeenkomst van opdracht recht heeft op een naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon(11). De rechter dient bij de bepaling daarvan rekening te houden met de drie omstandigheden, genoemd in de tweede volzin van lid 1: de reeds door de opdrachtnemer verrichte werkzaamheden, het voordeel dat de opdrachtgever daarvan heeft en de grond waarop de overeenkomst is geëindigd. In lid 2 is als uitzondering bepaald dat, indien het voortijdige einde van de overeenkomst van opdracht is toe te rekenen aan de opdrachtgever, de opdrachtnemer het volle loon kan worden toegekend, indien dit, gelet op alle omstandigheden van het geval, redelijk is(12).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca12fb33d2d2729a5b71ff54005fa9ef8f69175b3272c21c1ae3e54d37f710ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca12fb33d2d2729a5b71ff54005fa9ef8f69175b3272c21c1ae3e54d37f710ba, en de alinea staat in dat document op bytes 15810 tot 16726.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca12fb33d2d2729a5b71ff54005fa9ef8f69175b3272c21c1ae3e54d37f710ba | shasum -a 256