Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU6521.

Zou dit echter anders zijn, dan meen ik dat de motiveringsklacht slaagt. Aan de door de gemeente aangevoerde omstandigheden (de tekst van de AB 1915, de context van het Amsterdamse erfpachtstelsel, de aard van de door de deskundigen te verrichten werkzaamheden en de onaannemelijkheid van de gevolgen van de door de gemeente bestreden opvatting) kan niet bij voorbaat iedere betekenis bij de uitleg van de aan de deskundigen verstrekte opdracht en van de uit de aanvaarding daarvan voor de deskundigen voortvloeiende verplichtingen worden ontzegd. Door daaraan niettemin zonder enige motivering voorbij te gaan, zou het hof, indien het van een juiste rechtsopvatting zou zijn uitgegaan, onvoldoende inzicht in zijn gedachtegang hebben geboden. Bij dat laatste teken ik aan dat het hof in dat geval ook het beroep op de AB 1915 niet naar behoren zou hebben besproken. Met de overweging aan het slot van rov. 3.4 dat art. 6 lid 3 van de AB 1915 niet aan honorering van [verweerster] in de weg staat, is immers nog niet verklaard waarom die bepaling niet op een op de deskundigen rustende resultaatsverbintenis zou wijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca12fb33d2d2729a5b71ff54005fa9ef8f69175b3272c21c1ae3e54d37f710ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca12fb33d2d2729a5b71ff54005fa9ef8f69175b3272c21c1ae3e54d37f710ba, en de alinea staat in dat document op bytes 30240 tot 31372.