Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU6521.
2.14 Onderdeel 3, dat wordt voorgesteld voor het geval dat het hof niet van een onjuiste rechtsopvatting heeft blijk gegeven door beslissend te achten of [verweerster] zich zonder goede grond aan de beraadslaging met haar mededeskundigen heeft onttrokken dan wel de totstandkoming van een gezamenlijk advies anderszins heeft gefrustreerd of belemmerd, betoogt dat het oordeel dat de inhoud van de eenzijdig door [verweerster] ingezonden rapporten buiten beschouwing kan blijven, ook in dat geval rechtens onjuist, althans zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk is. Het onderdeel voert aan dat de inhoud van de rapporten bewijs kan opleveren van, althans een aanwijzing kan zijn voor een situatie zoals in rov. 3.3, eerste tekstblok, bedoeld. Als het oordeel van het hof in rov. 3.4 aldus moet worden geduid dat de eenzijdig door [verweerster] ingezonden rapporten per definitie geen bewijs van of een aanwijzing voor een dergelijke situatie kunnen vormen, getuigt het volgens het onderdeel van een onjuiste rechtsopvatting; in het andere geval is het, nog steeds volgens het onderdeel, onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca12fb33d2d2729a5b71ff54005fa9ef8f69175b3272c21c1ae3e54d37f710ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca12fb33d2d2729a5b71ff54005fa9ef8f69175b3272c21c1ae3e54d37f710ba, en de alinea staat in dat document op bytes 34198 tot 35338.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca12fb33d2d2729a5b71ff54005fa9ef8f69175b3272c21c1ae3e54d37f710ba | shasum -a 256