Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 april 2006

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 28 april 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV0043.

11. Middelonderdeel 1 keert zich tegen 's hofs oordeel, vervat in rechtsoverweging 3, dat geen der partijen heeft aangetoond uit welke bronnen het bedrag van f 18.770,80 is voldaan; het klaagt dat dit oordeel onbegrijpelijk is en/of ontoereikend gemotiveerd. Het middelonderdeel voert in dit verband aan dat de man uitdrukkelijk heeft aangegeven uit welke bronnen de overbedelingsvordering is voldaan, dat de vrouw daarop - uitgaande van de juistheid van deze stellingen - het standpunt heeft ingenomen dat al deze geldstromen uiteindelijk moeten worden geacht uit overgespaard inkomen te zijn gefinancierd en dat de man deze stellingname van de vrouw niet gemotiveerd heeft betwist, althans geen argumenten heeft aangevoerd die voor de hier aan de orde zijnde verrekening rechtens relevant zijn; het middelonderdeel klaagt dat het hof als tussen partijen vaststaand had moeten aannemen dat de door de man gestelde geldstromen (uiteindelijk) moeten worden geacht uit overgespaard inkomen te zijn gefinancierd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b03d70942fb695475bf8c5d26530f06203e6bf817861a16b8e859e60a62368d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b03d70942fb695475bf8c5d26530f06203e6bf817861a16b8e859e60a62368d1, en de alinea staat in dat document op bytes 23446 tot 24468.