Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2006
Alinea 8 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV0359.
2. Dit is de tweede aanvullende conclusie in deze zaak. Nadat ik op 16 september 2003 heb geconcludeerd en de Hoge Raad op 23 december 2003 een tussenarrest heeft gewezen, is door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen bij arrest van 6 oktober 2005 antwoord gegeven op de aan hem gestelde prejudiciële vraag. Op 17 januari 2006 heb ik in een aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Op verzoek van de Hoge Raad vul ik de conclusie aan naar aanleiding van de in het schriftelijk commentaar op mijn aanvullende conclusie van 17 januari 2006 door de raadsman van de verdachte, mr. C.J. van Bavel, advocaat te Utrecht, opgeworpen vraag of het recht tot strafvervolging van de in deze zaak berechte overtreding inmiddels is verjaard. Daarbij teken ik aan dat de Hoge Raad ook ambtshalve pleegt na te gaan of de vervolging is verjaard.(1)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13ec6ba414932a513d48cbf6729d37cee9b4930eb4cd6a6d5fea25e476a8262e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13ec6ba414932a513d48cbf6729d37cee9b4930eb4cd6a6d5fea25e476a8262e, en de alinea staat in dat document op bytes 5944 tot 6829.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13ec6ba414932a513d48cbf6729d37cee9b4930eb4cd6a6d5fea25e476a8262e | shasum -a 256