Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2006
Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV0733.
Het verschoningsrecht van de advocaat is echter in zoverre niet absoluut dat zich zeer uitzonderlijke omstandigheden laten denken waarin het belang dat de waarheid aan het licht komt prevaleert boven het verschoningsrecht. In die omstandigheden kan doorzoeking gericht op geschriften die kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen geoorloofd zijn zonder toestemming van de advocaat. In het licht van de jurisprudentie, te weten HR 30 november 1999, NJ 2002, 438, HR 12 februari 002, NJ [lees: 2002, ] 439 en 18 juni 2002, NJ 2003, 621, is in dit geval gelet op hetgeen de rechtbank uit het dossier heeft kunnen afleiden over de aard van de onderhavige verdenking geen sprake van zeer uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in genoemde jurisprudentie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/641bfbe7e6db5cd82ccdaeb1e056ef6bf60d9756a9200c5c5192e27e8df92975. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 641bfbe7e6db5cd82ccdaeb1e056ef6bf60d9756a9200c5c5192e27e8df92975, en de alinea staat in dat document op bytes 9877 tot 10655.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/641bfbe7e6db5cd82ccdaeb1e056ef6bf60d9756a9200c5c5192e27e8df92975 | shasum -a 256