Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006
Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV1141.
48. Enkele jaren later oordeelde de Hoge Raad over een zaak waarin nog geen sprake was van een criminal charge, maar al wel van een verdenking in de zin van art. 27 Sv (HR 29 oktober 1996, NJ 1997, 232). FIOD-ambtenaren hadden in het kader van een opsporingsonderzoek de uitlevering ter inbeslagneming ex art. 81 AWR gevorderd van bepaalde in de desbetreffende vorderingen omschreven administratieve bescheiden (de administratie van de betrokken BV, bankafschriften van een aantal bankrekeningen, arbeidscontracten en specificaties van effecten). De vordering was gericht tot de verdachte en de inbeslaggenomen documenten droegen bij tot het bewijs. De Hoge Raad meende dat het oordeel van het Hof dat er nog geen sprake was van een criminal charge, niet onbegrijpelijk was en overwoog vervolgens ten aanzien van de op het nemo tenetur beginsel gebaseerde klacht als volgt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/179da8eac7136dce834b6ef58b299f199e4470eda62079e909b1d3fb8eea1d12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 179da8eac7136dce834b6ef58b299f199e4470eda62079e909b1d3fb8eea1d12, en de alinea staat in dat document op bytes 54536 tot 55422.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/179da8eac7136dce834b6ef58b299f199e4470eda62079e909b1d3fb8eea1d12 | shasum -a 256