Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006

Alinea 147 Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV1141.

65. Het eerste deel van de door mij onderstreepte overweging bevestigt wederom dat burgers in het kader van toezicht en controle waar nodig voor een effectieve handhaving van wetten (i.c. het correct vaststellen van belastingverplichtingen) kunnen worden verplicht tot het verstrekken van gegevens zonder dat dit in strijd is met art. 6 EVRM. De daarop volgende onderstreepte overweging maakt duidelijk dat er wél een probleem zou zijn geweest als de door Allen verstrekte vermogensopgave wel zou zijn gebruikt in een latere strafzaak om vóór die verstrekking gepleegde belastingdelicten te bewijzen. Dan zou de zaak vergelijkbaar zijn geweest met de Saunders-zaak. Daarmee is echter nog niet gezegd dat de uitkomst dezelfde zou zijn geweest. Daarover laat het EHRM zich niet uit. Interessant is dat het EHRM ogenschijnlijk volkomen ten overvloede ook nog ingaat op de mate van dwang die op Allen was uitgeoefend en op dit punt een verschil ziet met Saunders:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/179da8eac7136dce834b6ef58b299f199e4470eda62079e909b1d3fb8eea1d12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 179da8eac7136dce834b6ef58b299f199e4470eda62079e909b1d3fb8eea1d12, en de alinea staat in dat document op bytes 82895 tot 83870.