Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV1141.

12. Het tweede, derde en vierde middel klagen over de bewijsvoering. Voor een goed begrip vermeld ik, voorafgaande aan de eigenlijke bespreking van de middelen, het volgende. De verdachte ([verdachte]; afgekort: [verdachte]) drijft een te [vestigingsplaats] gevestigde onderneming die dun messingband produceert. De belangrijkste grondstoffen zijn koper en zink. Het productieproces leidt tot afvalwater dat geloosd wordt in de Geldersche Ijssel. Daarvoor is aan het bedrijf door de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat vergunning verleend als bedoeld in art. 1 lid 1 van de Wet verontreiniging oppervlakte wateren. Het doel van de aan de vergunning verbonden voorschriften is kort gezegd het gehalte van in het bijzonder koper en zink in het afvalwater binnen aanvaardbare grenzen te houden. Daartoe zijn in art. 5.4 van de vergunningsvoorschriften "Lozingseisen" geformuleerd die onder meer betrekking hebben op de maximaal toelaatbare concentraties koper en zink in zowel het effluent van de afvalwaterzuiveringinstallatie (dat wil zeggen: in het door die installatie gezuiverde afvalwater) als in de totale afvalwaterstroom. Daarnaast is het debiet (de hoeveelheid te verwerken afwalwater) van de waterzuiveringsinstallatie gemaximeerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/179da8eac7136dce834b6ef58b299f199e4470eda62079e909b1d3fb8eea1d12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 179da8eac7136dce834b6ef58b299f199e4470eda62079e909b1d3fb8eea1d12, en de alinea staat in dat document op bytes 16151 tot 17410.