Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006
Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AV1141.
25. In de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de daarop gebaseerde regelgeving worden ook overigens geen regels gegeven met betrekking tot de onderzoeksmethoden die moeten worden gehanteerd in het kader van het toezicht op de naleving van bij art. 30a WVO gegeven voorschriften en de opsporing van overtredingen van die voorschriften. De vraag wat rechtens als het bewijs niet volgens een wettelijk voorgeschreven onderzoeksmethode is geleverd, kan hier daarom blijven rusten.(5) De Aanwijzing bemonstering en analyse milieudelicten is een aanwijzing van het College van Procureurs-Generaal, gebaseerd op art. 130 lid 4 RO. De bevoegdheid dergelijke aanwijzingen te geven, beperkt zich blijkens dit artikellid tot de uitoefening van taken en bevoegdheden van het openbaar ministerie. Daaruit volgt reeds dat de Aanwijzing zich beperkt tot de opsporing, en dus geen betrekking heeft op onderzoek verricht in het kader van het toezicht. Over dat toezicht strekt het gezag van het Openbaar Ministerie zich immers niet uit. Vandaar dat in de Aanwijzing slechts wordt geadviseerd in het kader van het toezicht gebruik te maken van de Aanwijzing. Belangrijker nog is dat de Aanwijzing geen betrekking heeft op de uitoefening van de taken van de rechter. Dat betekent dat de rechter bij zijn onderzoek naar de (materiële) waarheid op geen enkele wijze gebonden is aan de Aanwijzing. Aan de vrijheid die hij heeft om gebruik te maken van die in art. 339 Sv opgesomde bewijsmiddelen die hij betrouwbaar acht, doet de Aanwijzing geen afbreuk. Uiteraard zal de rechter bij zijn beoordeling van de betrouwbaarheid van de resultaten van technisch onderzoek betrekken of dat onderzoek voldoet aan de in de Aanwijzing neergelegde eisen, maar hij behoeft de onderzoeksresultaten niet van onwaarde te oordelen enkel en alleen omdat het onderzoek niet (geheel) overeenkomstig die eisen is verricht. Bovendien staat het hem vrij waarde toe te kennen aan ander bewijsmateriaal, waaronder de resultaten van onderzoek dat niet in het kader van de opsporing is verricht (en waarvoor de Aanwijzing dus niet geldt). Daarbij valt ook - en vooral - te denken aan materiaal dat vergaard is in het kader van het toezicht.(6)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/179da8eac7136dce834b6ef58b299f199e4470eda62079e909b1d3fb8eea1d12. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 179da8eac7136dce834b6ef58b299f199e4470eda62079e909b1d3fb8eea1d12, en de alinea staat in dat document op bytes 34818 tot 37034.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/179da8eac7136dce834b6ef58b299f199e4470eda62079e909b1d3fb8eea1d12 | shasum -a 256